Werkenrode School op filmbezoek in LUX: "Zo ontdekken ze dat film ook meer kan zijn dan alleen entertainment."

Leestijd ca. 4 minuten

Landelijk

In februari bezocht Léon Portier van de Werkenrode School in Groesbeek met zijn leerlingen de film Iedereen is van de Wereld in LUX. Voor veel leerlingen was het niet alleen de eerste keer dat ze deze film zagen, maar ook hun eerste bezoek aan een filmhuis. We spraken met Léon over waarom hij film een plek geeft binnen het vak CKV, wat een filmbezoek kan betekenen voor leerlingen in het speciaal onderwijs en hoe film gesprekken kan openen in de klas.

Header: still uit Iedereen is van de Wereld (2024), regie: Mark de Cloe

Film als culturele ervaring binnen CKV

De leerlingen die meegingen naar de vertoning zijn derde- en vierdejaars vmbo-leerlingen (basis, kader en theoretische leerweg). Binnen het vak CKV moeten zij in twee jaar tijd vier culturele activiteiten ondernemen, vertelt Léon. “Dat kan van alles zijn: een dansvoorstelling, een museumbezoek, theater of een film. Ik probeer in ieder geval één keer met ze naar de film te gaan. Daarbij zoek ik bewust naar films met een bepaald thema of films die via een festival of speciaal programma worden aangeboden – dus niet per se de reguliere bioscoopfilms.”

Via de nieuwsbrief van Netwerk Filmeducatie kwam hij de film Iedereen is van de Wereld tegen. Het onderwerp sprak hem direct aan. “Het thema sluit goed aan bij onze leerlingen. Bovendien zat er een LessonUp bij met een voorbereiding en een mogelijke nabespreking. Daardoor kun je echt inhoudelijk ingaan op het onderwerp van de film.”

Naast de lesvoorbereiding vullen leerlingen ook een filmkijkwijzer in. Daarmee kijken ze niet alleen naar het verhaal, maar ook naar hoe een film gemaakt is. “Ze letten bijvoorbeeld op hoe het verhaal is opgebouwd, wie de hoofdpersonen zijn, waar en wanneer het zich afspeelt en wat je kunt zeggen over belichting, decor of camerawerk. En natuurlijk geven ze ook hun eigen mening. Zo sla je eigenlijk twee vliegen in één klap: je doet iets cultureels én je laat ze inhoudelijk nadenken.”

" Bij CKV wil ik ook laten zien dat er andere soorten films bestaan en dat je film op een andere manier kunt beleven."

Léon Portier

Een andere bioscoopervaring

Voor de vertoning koos Léon bewust voor filmhuis LUX in Nijmegen: “De meeste jongeren van 15, 16 of 17 jaar gaan naar een grote bioscoop zoals Pathé en dan vaak naar sensatiefilms of 'popcornfilms' om het zo maar te noemen. Daar is op zich niets mis mee, maar bij CKV wil ik ook laten zien dat er andere soorten films bestaan en dat je film op een andere manier kunt beleven. Je zit in kleinere zalen en het draait niet om 3D of 4D, maar echt om de film zelf. Daarom leek het me waardevol om juist daarheen te gaan.”

Voor veel leerlingen was het bovendien een nieuwe ervaring. Slechts een paar waren eerder in LUX geweest. “Veel van onze leerlingen gaan sowieso niet zo vaak naar de bioscoop. En als ze gaan, is dat meestal naar een grote bioscoop en naar jeugdfilms, bijvoorbeeld van Disney/Pixar, of avonturenfilms.”

Dat heeft verschillende redenen. Jongeren kijken tegenwoordig veel films via streamingdiensten zoals Netflix, maar voor sommige leerlingen ligt de drempel om eropuit te gaan ook hoger.

“Wij zijn een school voor speciaal onderwijs. Sommige leerlingen hebben bijvoorbeeld autisme, een angststoornis of andere problematiek. Daardoor gaan ze niet altijd zelfstandig naar de bioscoop en moeten ze bijvoorbeeld met een ouder of begeleider. Soms spelen ook financiële factoren mee.” Juist daarom vindt hij het belangrijk om deze ervaring als school te kunnen bieden. “Voor sommigen was het zelfs de eerste keer in een bioscoop of in LUX. Alleen dat al meemaken is winst.”

Het filmgesprek

Bij de vertoning waren ook educatieve medewerkers van LUX aanwezig. Zij verzorgden een korte introductie vooraf en een nabespreking na afloop, met behulp van de bijbehorende LessonUp. “Het duurde niet heel lang, maar het is wel belangrijk om direct na de film vragen te stellen. Als je een dag wacht, zijn veel details alweer vergeten.”

De film maakte duidelijk indruk op de leerlingen. Vooral het verhaal van het meisje dat kanker heeft en uiteindelijk overlijdt, raakte hen. “Veel leerlingen kennen in hun omgeving wel iemand die kanker heeft gehad of eraan is overleden. Daardoor konden ze zich daar goed in verplaatsen.”

Het vluchtelingenthema uit de film stond voor veel leerlingen wat verder van hun eigen belevingswereld. “Ze kennen zelf niemand die dat heeft meegemaakt, dus het is moeilijker om zich daarin te verplaatsen. Tegelijkertijd vonden ze het wel verdrietig en onrechtvaardig.” Het leidde tot gesprekken in de zaal en later in de klas. Léon stelde bijvoorbeeld de vraag wat leerlingen zouden doen als zo’n klasgenoot bij hen op school zat.

“Direct na de film zeggen ze vaak vol overtuiging dat ze voor diegene zouden opkomen. Maar als je er iets langer over doorpraat, merk je dat ze het eigenlijk best ingewikkeld vinden. Ze horen veel via social media of van anderen, maar hebben vaak nog niet alle informatie. Juist daarom is zo’n film waardevol: hij laat zien wat er speelt en dat het ook gebaseerd is op een waargebeurd verhaal.”

Een van de momenten die volgens Léon het meeste indruk maakte, was de scène waarin duidelijk wordt dat het meisje overlijdt. “In de scène waarin ze in bed ligt met haar moeder, en daarna de begrafenis volgt, werd het echt stil in de zaal. Dat kwam wel binnen bij de leerlingen.” Het open en verdrietige einde van de film was voor veel leerlingen ook anders dan wat ze gewend zijn. “Veel grote bioscoopfilms hebben natuurlijk een happy end. Hier is dat niet zo, en dat maakt het verhaal misschien juist realistischer.”

" Een mening mag je hebben, maar het is belangrijk dat je die ook kunt onderbouwen."

León

Leren kijken én verwoorden

Na het filmbezoek werken de leerlingen verder met de filmkijkwijzer in de klas. Daarbij kijken ze bijvoorbeeld naar hoe het verhaal verteld wordt en naar de techniek van de film. Ze beantwoorden vragen zoals wie, wat, waar, waarom en wanneer (de vijf w-vragen). Ze kijken dus ook naar details die iets zeggen over de tijd waarin de film zich afspeelt. “De film speelt zich ongeveer twintig jaar geleden af. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan computers, telefoons of posters op de kamer van het meisje. Sommige leerlingen zien dat meteen, anderen helemaal niet. Dat bespreken we dan samen.”

Ook het formuleren van een eigen mening hoort bij het vak CKV. “Als ik vraag wat ze van de film vonden, zeggen ze vaak ‘goed’ of ‘wel oké’. Maar als ik vraag waarom, wordt het moeilijker. Ik zeg altijd: een mening mag je hebben, maar het is belangrijk dat je die ook kunt onderbouwen.” Volgens Léon is dat precies waar CKV en de kunstvakken om draaien: "leren verwoorden wat je ziet, voelt en denkt.”

Verder kijken dan de 'popcornfilm'

Het filmbezoek in LUX past binnen een bredere aanpak: Léon probeert zijn leerlingen regelmatig kennis te laten maken met films die ze zelf niet zo snel zouden kiezen. Zo bezocht hij eerder met een klas een vertoning tijdens het InScience Film Festival, waar ze de film Ex Machina zagen. “Dat was best een pittige film voor de leerlingen,” vertelt hij. “Maar soms moet je gewoon dingen proberen. Het kan mee- of tegenvallen.”

Juist dat experimenteren hoort volgens hem bij filmeducatie. “Door verschillende soorten films te laten zien, ontdekken leerlingen dat film meer kan zijn dan alleen entertainment. En dat is precies wat ik ze wil laten ervaren.”

Iedereen is van de Wereld

Ben je geïnteresseerd in een filmbezoek van Iedereen is van de Wereld bij een bioscoop of filmtheater bij jou in de buurt? Vraag nu een schoolvertoning aan via dit formulier. Op deze pagina vind je meer informatie.

Op de hoogte blijven van al het filmeducatie-nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Deel artikel op

Bekijk ook eens

Bekijk alle artikelen
Volg ons op