Update vakvernieuwing kunst en cultuur: over het nieuwe kunstvak film

Leestijd ca. 4 minuten

Landelijk

De vakvernieuwingscommissie kunst en cultuur van SLO werkt aan nieuwe, samenhangende examenprogramma's voor de bovenbouw van vmbo, havo en vwo. Daarbij wordt toegewerkt naar één gezamenlijke set keuze-examenvakken voor alle schooltypen, met eenzelfde opbouw en benaming. Naast beeldende kunst, dans, muziek en theater krijgt ook film een plek als volwaardig kunstvak. In een nieuw artikel laat SLO zien hoe deze actualisatie er per vak uitziet.

Hieronder zoomen wij in op film, aan de hand van een gesprek van SLO met vakexpert (en collega) Bastiaan van Werven. Wat maakt film uniek binnen het kunstcurriculum, en waarom is dit vak juist nu zo belangrijk voor leerlingen?

Headerafbeelding: logo actualisatie examenprogramma's kunst en cultuur, SLO.

In het programma dat de vakvernieuwingscommissie en de advieskring ontwikkelen, wordt eerst gekeken naar wat alle kunstvakken verbindt en dat is het artistiek-creatief vermogen. “Dat krijgt in elke discipline een andere vorm,” legt Bastiaan uit. “En film is daar één van.” Film is volgens hem bij uitstek een interdisciplinair medium. “Het brengt muzikale, beeldende en theatrale elementen samen. Daarbovenop komt de typisch filmeigen laag van camera, montage en (digitale) technologie. Aan de ene kant heeft film raakvlakken met de kunstvakken, aan de andere kant heeft het een heel eigen vormtaal en rol.”

Filmonderwijs sluit aan bij de hedendaagse beeldcultuur

Die eigen rol van film sluit direct aan bij de leefwereld van jongeren. “De cultuur van nu ís een cultuur van bewegend beeld,” aldus Bastiaan. Van social media en series tot games met storytelling en animatie: de basisprincipes daarvan liggen in film. Leerlingen hebben daar al veel intuïtieve kennis over. Ze voelen aan hoe verhalen worden verteld, hoe beeld en geluid hun blik sturen en hoe perspectief werkt. “Maar dat gebeurt vaak impliciet. Een belangrijke taak van filmonderwijs is om die kennis expliciet te maken.”

Dat is geen overbodige luxe. “Er wordt vaak gedacht: jongeren weten dit al. Maar geoefend zijn is iets anders dan begrijpen.” Filmonderwijs helpt leerlingen om bewuster te kijken en taal te geven aan wat ze zien.

Film en digitale geletterdheid

Filmonderwijs raakt daarmee ook aan digitale geletterdheid en mediawijsheid. . “Informatie over politiek en maatschappij krijg je tegenwoordig vooral via bewegend beeld. Dan is het ontzettend belangrijk dat je leert doorzien hoe deze beelden tot stand komen en wat waar is en wat niet.” Filmonderwijs kan leerlingen zeker helpen om die beelden kritisch te beschouwen. “Hoe wordt je blik gestuurd? Wat doet montage met betekenis? Dat zijn belangrijke vragen in deze tijd”, aldus Bastiaan.

Film is overigens geen onbekende in het onderwijs. In de bovenbouw wordt film al ingezet binnen kunst algemeen, bij analyse-opdrachten, schrijven van filmrecensies en kennisoverdracht. Ook maken leerlingen regelmatig zelf films, vaak binnen beeldende vakken.“Vaak is het dan een uiting van een opdracht binnen het kader van de beeldende vakken, omdat film tot op heden geen eigen examenprogramma heeft”, verduidelijkt Bastiaan. Daarnaast speelt film ook buiten de kunstvakken een rol, bijvoorbeeld bij Nederlands of in profielwerkstukken die steeds vaker de vorm van een documentaire krijgen.

Wat met de nieuwe eindtermen wordt beoogd, gaat een stap verder: leerlingen leren kijken, analyseren én maken vanuit een artistiek-kunstzinnige benadering.

Een nieuwe ingang tot kunst en cultuur

Een opvallend effect van film in het curriculum is dat het een nieuwe groep leerlingen aanspreekt. Leerlingen die zich minder herkennen in andere kunstvakken, voelen zich vaak wél aangetrokken tot film. “ Dat roept in eerste instantie misschien angst op: ‘Oh, film snoept leerlingen af van andere kunstvakken,” zegt Bastiaan. “Maar in werkelijkheid komt er juist een nieuwe groep geïnteresseerden bij.” Film kan zo de drempel tot kunst en cultuur verlagen, in samenhang met de andere vakken binnen het leergebied.

Ruimte voor film als kunstvak

Omdat er nog geen examenprogramma voor film bestaat, is er ruimte om met een frisse blik te ontwikkelen. “Zonder ballast van oude tradities,” aldus Bastiaan. “Dat maakt het ontwikkelen spannend én leuk. We stellen echt een compleet nieuw vak samen, en steeds met de leerling van nu voor ogen.”

In de laatste fase van het traject ligt de focus op de grondslagen van film en audiovisuele media. Die kern zit volgens Bastiaan in de complexiteit van het medium. “Beeld, geluid, spel, montage en tijd grijpen allemaal in elkaar. Samen creëren ze betekenis.” Precies dat is wat leerlingen leren: hoe filmische middelen samen een verhaal vertellen.

Oproep aan het veld

Voor het goed op papier krijgen van de eindtermen is de inbreng van het veld cruciaal. Daarom ook staat het grootste deel van de vakvernieuwingscommissie voor de klas en heeft de commissie veel baat bij de advieskring. “De leraar is onze check. Zij moeten ermee werken. Zij weten of het haalbaar en inspirerend is. En allemaal hebben we hetzelfde doel: een breed, rijk en inspirerend kunst- en cultuuraanbod ontwikkelen, waarin alle leerlingen zich gezien en thuis voelen.”

Met de laatste adviesronde in aantocht, roept Bastiaan iedereen die met film in het onderwijs bezig is op zich te laten horen. “Juist nu. Want dit is het moment om mee te denken over de inhouden. We doen dit niet alleen voor film, maar voor alle kunstvakken samen. Zodat leerlingen leren kijken, luisteren, maken en meemaken, en betekenis geven in een wereld vol kunst en cultuur.”

Het complete interview is te lezen op de website van SLO.

Op de hoogte blijven van het laatste filmeducatie-nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Deel artikel op

Bekijk ook eens

Bekijk alle artikelen
Volg ons op